Geavanceerd en veilig

De anesthesie heeft de laatste jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Nieuwe middelen, technische vooruitgang, een verbeterde voorbereiding en de uitgebreide bewaking maken de algehele anesthesie erg veilig. Onze anesthesiologen zijn allen BIG-geregistreerd en kunnen bogen op een jarenlange ervaring in de Nederlandse gezondheidszorg. Zij worden ondersteund door een team van deskundige anesthesiemedewerkers en zorgen er samen voor dat u de anesthesie veilig en comfortabel ondergaat.

Onderzoek

Na het consult bij de specialist volgt een preoperatief onderzoek door de anesthesioloog. Uw bloeddruk wordt gemeten en uw gewicht en lengte worden opgenomen. Als u ouder bent dan 50 jaar, of op indicatie van de arts, wordt er bloed geprikt en een ECG (hartfilmpje) gemaakt. Samen met de anesthesioloog wordt uw medische voorgeschiedenis en actuele gezondheidstoestand in kaart gebracht. Voorafgaand aan de operatie bespreekt de anesthesioloog met u onder welke vorm van anesthesie de ingreep kan gebeuren en wat hierbij komt kijken. Er zijn verschillende methoden; lokale, algehele of regionale anesthesie (spinaal of plexus). Niet iedere vorm van anesthesie is toepasbaar op iedere ingreep. Wij leggen u graag uit wat de mogelijkheden zijn bij uw ingreep.

Lokale anesthesie (plaatselijke verdoving)

Bij lokale anesthesie wordt alleen het te opereren gebied verdoofd, door middel van injecties. U blijft wakker tijdens de operatie maar u voelt geen pijn. U hoeft hiervoor niet nuchter te zijn en kunt kort na de ingreep naar huis.

Plexus anesthesie (verdoven van 1 of meer zenuwen)

Een arm kan worden verdoofd door de zenuwbanen die naar de arm lopen tijdelijk uit te schakelen door rond de zenuwen een verdovingsmiddel te spuiten, bijvoorbeeld in de oksel, in de hals of rond het sleutelbeen. Uw bloeddruk en hartslag worden continu bewaakt. De verdoving moet 15 tot 30 minuten inwerken voordat het effect optimaal is. Op een gegeven moment merkt u dat de hand of arm gaat tintelen en warm wordt. Vervolgens wordt de arm gevoelloos en meestal kunt u de arm en hand niet meer bewegen. Als de verdoving is uitgewerkt, keren de beweging en het gevoel weer terug. De anesthesioloog informeert u op de uitslaapkamer over de nazorg en het eventueel gebruik van pijnstillers.

Spinale anesthesie (ruggenprik)

Spinale anesthesie wordt toegediend middels een injectie in de onderrug. Deze vorm is geschikt voor operaties onder de navel. Bijvoorbeeld een kijkoperatie van de knie. Nadat de injectie is toegediend kunt u merken dat uw benen warm worden, gaan tintelen en dat u ze niet meer op kunt tillen. Indien u wenst kunt via een monitor de operatie volgen. Uw ademhaling, bloeddruk en hartslag worden continu bewaakt. Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht en zal geleidelijk het gevoel in het onderlichaam terug komen. De anesthesioloog informeert u op de uitslaapkamer over de nazorg en het gebruik van pijnstillers.

Algehele anesthesie (narcose)


Bij een ingreep onder narcose krijgt u de narcosemiddelen via het infuus toegediend. Deze zorgen ervoor dat u in slaap valt zodat u niets merkt van de operatie. Er wordt gebruik gemaakt van kortwerkende middelen zodat u na de operatie snel weer wakker bent.  Uw ademhaling, bloeddruk en hartslag worden constant bewaakt. Na de operatie wordt u wakker gemaakt en naar de uitslaapkamer gebracht. Hier verblijft u nog enige tijd en krijgt u en uw contactpersoon te horen wanneer u opgehaald kunt worden. De anesthesioloog informeert u op de uitslaapkamer over de nazorg en het gebruik van pijnstillers.

Wilt u meer informatie?
020 664 02 06
Ma. - Vr. 07:30 - 17:00

Maak direct online
een afspraak.

Specialisten